motorstoringslampje brandt

Het motorstoringslampje brandt tijdens het rijden. Kunt u nog naar de garage, of moet u meteen stoppen? Kijk eerst of het oranje lampje continu brandt of knippert. Let ook op hoe de auto rijdt en of er andere waarschuwingen verschijnen. Het lampje vertelt dat de auto een afwijking heeft geregistreerd, maar niet welk onderdeel precies de oorzaak is.

Motorstoringslampje brandt continu: wat doet u?

Blijft het oranje motorstoringslampje branden terwijl de auto verder normaal rijdt? Zoek dan op korte termijn een garage op om de storing te laten onderzoeken. U hoeft niet automatisch op de plek waar u rijdt te stoppen, maar stel de controle ook niet uit tot de volgende onderhoudsbeurt. De ANWB legt bij waarschuwingslampjes eveneens het verschil uit tussen een continu brandend en een knipperend motorlampje.

Een continu brandend lampje is geen garantie dat doorrijden onder alle omstandigheden veilig is. Vermijd onnodige ritten en let onderweg op veranderingen. Verliest de auto merkbaar vermogen, loopt de motor onregelmatig, ziet u rook, ruikt u een sterke ongebruikelijke geur of verschijnt er nog een waarschuwing? Zoek dan een veilige plek om te stoppen en beoordeel de situatie opnieuw. Negeer een waarschuwing voor bijvoorbeeld de oli druk of een te hoge motortemperatuur niet omdat het motorlampje ‘alleen maar’ continu brandt.

Noteer zo mogelijk wanneer het lampje aanging en wat u op dat moment merkte. Gebeurde het direct na het starten, tijdens het optrekken of op een langere rit? Zulke informatie kan de garage helpen bij het onderzoek. U hoeft niet zelf te bepalen wat er kapot is.

Motorstoringslampje knippert: stop veilig

Een knipperend motorstoringslampje vraagt om een andere reactie. Rijd niet door naar uw bestemming om later pas te kijken wat er aan de hand is. Verminder rustig snelheid, zoek een veilige plek om te stoppen en zet de motor uit. Vraag vervolgens pechhulp. Probeer niet op eigen initiatief alsnog naar de garage te rijden.

Uw veiligheid gaat daarbij voor. Sta niet plotseling stil op een onveilige plek en maak geen onverwachte manoeuvre om meteen de berm te bereiken. Volg waar nodig de aanwijzingen voor pech op de weg waar u zich bevindt. Kunt u niet veilig uitstappen of staat de auto gevaarlijk, geef dat dan door wanneer u hulp inschakelt.

Ook als het knipperen na het stoppen verdwijnt, weet u nog niet of de storing voorbij is. Het lampje geeft een waarschuwing, geen bevestiging dat verder rijden zonder risico kan. Laat beoordelen wat er is gebeurd voordat u de rit hervat.

Wat als de auto anders rijdt?

De toestand van de auto is minstens zo belangrijk als de manier waarop het lampje brandt. Een motor die schokt, slecht op het gaspedaal reageert of plotseling weinig trekkracht heeft, geeft een extra reden om niet zomaar door te rijden. Hetzelfde geldt als u rook ziet of de temperatuurmeter oploopt. Zoek in zulke gevallen veilig een plek om te stoppen en vraag hulp als verder rijden niet verantwoord lijkt.

Verschijnen meerdere waarschuwingslampjes tegelijk? Ga dan niet alleen uit van het motorstoringslampje. Controleer wat de andere symbolen betekenen in het instructieboekje van uw auto. Sommige waarschuwingen vragen om onmiddellijk stoppen. Twijfelt u wat een lampje betekent, neem dan geen risico door een lange rit te beginnen.

Wat kunt u zelf controleren?

Staat de auto veilig geparkeerd en is de motor uit? Dan kunt u een paar eenvoudige controles doen, mits u weet hoe dat bij uw auto moet. Kijk bijvoorbeeld of er zichtbare lekkage onder de auto ligt en controleer het oliepeil volgens het instructieboekje. In waarom olie peilen belangrijk is staat uitgelegd waar u daarbij op let. Een normaal oliepeil verklaart het brandende motorlampje niet weg.

U kunt ook naar het koelvloeistofniveau kijken als de motor is afgekoeld. Open nooit de dop van een heet koelsysteem: het systeem kan onder druk staan. Hoe u het niveau controleert, leest u in koelvloeistof controleren. Ziet u dat er vloeistof ontbreekt of ziet u lekkage, laat dan beoordelen of de auto nog verplaatst kan worden.

Deze controles vervangen geen onderzoek naar de storing. Ze zijn bedoeld om duidelijke problemen op te merken, niet om een diagnose te stellen. Wis het lampje ook niet alleen om te zien of het terugkomt. Daarmee haalt u de oorzaak niet weg en kan informatie verdwijnen die bij het onderzoek nuttig is.

Wat vertelt het uitlezen van een foutcode?

Een garage kan de opgeslagen informatie in de auto uitlezen. Zo wordt duidelijk welke foutcodes zijn geregistreerd en onder welke omstandigheden een storing mogelijk is opgetreden. Dat geeft een richting voor verder onderzoek. Een foutcode is echter geen lijstje van onderdelen die zonder meer vervangen moeten worden.

Dezelfde melding kan verschillende oorzaken hebben. Daarom kijkt een monteur ook naar de klachten die u beschrijft, de staat van de auto en de uitkomsten van controles of metingen. Pas daarna is beter te beoordelen welke reparatie nodig is. Soms blijkt een probleem direct; in andere gevallen is aanvullend onderzoek nodig, bijvoorbeeld wanneer de klacht zich niet voortdurend voordoet.

Vertel bij het brengen van de auto of het lampje continu brandde of knipperde, hoe lang u dat heeft gezien en of de auto anders reed. Geef ook aan of er nog andere waarschuwingen verschenen. Bij onze dienst onderhoud en reparatie kunt u terecht om de storing te laten onderzoeken en te bespreken wat er nodig is om die te verhelpen.

Gaat het lampje vanzelf weer uit?

Een lampje dat niet meer brandt, betekent niet altijd dat de oorzaak weg is. De afwijking kan tijdelijk zijn geweest, terwijl er nog informatie over is opgeslagen. Merkte u bovendien schokken, vermogensverlies of ander afwijkend gedrag, meld dat dan ook wanneer het lampje inmiddels uit is. Dat helpt de garage om gericht te zoeken.

Brandt het lampje alleen kort wanneer u het contact aanzet en gaat het na het starten weer uit? Dat kan bij de gebruikelijke controle van de dashboardlampjes horen. Blijft het tijdens het rijden branden of begint het dan te knipperen, volg dan de stappen hierboven. Raadpleeg bij twijfel over het symbool of de werking van uw auto het instructieboekje.

Samengevat: wanneer maakt u een afspraak?

Brandt het oranje motorstoringslampje continu en rijdt de auto verder normaal, laat de storing dan op korte termijn controleren. Knippert het lampje, of rijdt de auto duidelijk anders? Stop zodra dat veilig kan en schakel zo nodig pechhulp in. Een uitgelezen foutcode kan het onderzoek sturen, maar vertelt op zichzelf nog niet wat er gerepareerd moet worden.

Voor een continu brandend lampje kunt u een werkplaatsafspraak maken. Vermeld daarbij wat u onderweg heeft opgemerkt. Staat u met een knipperend lampje langs de weg, regel dan eerst veilige hulp ter plaatse.

Contact Autoservice Marvin

Telefonisch

06-37227386

Adres

Weldaad 7B, 5431 SM, Cuijk

E-mail adres

info@autoservicemarvin.nl

Afspraak maken

Contact Autoservice Marvin

Telefonisch

06-37227386

Adres

Weldaad 7B, 5431 SM, Cuijk

E-mail adres

info@autoservicemarvin.nl